HMS ELFIN werd besteld op 12.5.1933 door de Engelse marine en haar kiel is gelegd
op juni 1933 door J. Samuel White van East Cowes op het eiland Wight onder werf
nummer 1754. Op 20.11.1933 werd de Elfin water gelaten en werd ze op 16.1.1934
officieel in gebruik genomen. Werf nummer 1753 van Samuel White was ELFIN's
zuster schip HMS REDWING welke werd gebouwd voor de torpedo school HMS Defiance
te Devonport.
De twee schepen werden soms aangeduid als tender, speciaal dienst vaartuig of
torpedo bergings vaartuig. Vlootlijsten van de marine van 1934 tot aan de tweede
Wereld Oorlog vermelden haar als een bijzonder dienst vaartuig van 222 ton en
tender aan het onderzeeboot depot te Portland. HMS ELFIN verbonden aan het onderzeeboot
depotschip HMS TITANIA, en ondergebracht in het 6e Onderzeeboot Flottielje.
Bijzonderheden:
Verplaatsing: 249 ton.Pre-WWII verplaatsingen:
Wereld Oorlog II
In 1940 werd het 6e flottielje met ELFIN verplaatst naar het noorden, naar Blyth,
waar op 20.8.1941 ELFIN werd omgedoopt in NETTLE en kreeg nummer T.94.
Schipper F. Dale RNR kreeg het commando in 12.8.1941. Tussen maart en april
1942 werd NETTLE bewapend, een maatregel in verband met de oorlogs tijd. NETTLE
werd ingezet op de rivier Tyne, om onderzeeërs te escorteren wanneer zij
de haven in en uit liepen. Onderzeeërs liepen namelijk nogal gevaar om
per vergissing beschoten te worden door eigen vliegtuigen. De escortes diende
dit te voor komen. Volgens de "Pink List" deed NETTLE van juli 1943 tot aan
het einde van de oorlog dienst in Rothesay. Tijdens de oorlog heeft de bemanning
ongetwijfeld vele spannende tijden door gemaakt. Enkele documenten getuigen
nog van heldhaftig optreden van de bemanning. Zo ontplofte er in een onderzeeër
die langzij NETTLE lag een stel accu's. Er ontstond een hevige brand en zware
giftige rook ontwikkeling. Enkele mensen kwamen om en munitie begon in het wilde
weg te ontploffen. Met gevaar voor eigen leven sprongen een aantal bemanningsleden
van de NETTLE in het rampschip en redde een persoon. Voor deze daad kregen ze
een onderscheiding.
Na-oorlogs
In oktober 1945 staat de Elfin op de lijst van afgeschreven schepen. Maar het
schip bleef in dienst, want in juni 1946
voer zij weer in Portland en diende
ze het 7e onderzeeboot flottielje en in januari 1948 het 2e flottielje. In september
1952 vergezelt ze X craft (mini onderzeeërs) te Portland. In 1957 word
ze in Portland te koop aangeboden Ze werd verkocht op 14.8.1957 aan de sloper
Pounds te Portsmouth. Tijdens of vlak voor de verkoop, verscheen ze nog even
in de film "The Key" met Sophia Loren, William Holden en Trevor Howard. De oude
Elfin herleeft nog een keer. De film naar het boek van Jan de Hartog ging in
première in 1958 De acteurs lopen in de film zelfs over haar brugdek.
Hier zijn wat beelden uit de film.
Een nieuw leven in Amsterdam
Snel nadat de film was gemaakt, is ze naar haar nieuwe eigenaar verhuisd. De
Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM) had haar gekocht van Pounds.
In 1958 werd ze verbouwd tot tanker cleaning vaartuig onder een nieuwe naam:
Droogdok 18, later heette ze H.O.M. 7 en TCA1. In deze funktie was ze het aller
laatste stoomschip in Nederland dat actief dienst heeft gedaan. In 1989 viel
het doek voor het schip en werd het ketel boek ingeleverd. Vanaf die tijd stopte
het werk aan boord van de eens trotse stomer. Afgeleefd had ze haar taken ruimschoots
voltooid en wachtte haar een toekomst op de schroothoop...
Maar het leven van HMS ELFIN was nog niet voorbij! Lees verder!
Ik ben veel dank verschuldigd aan George Ransome and de wijlen Gus Britton voor
informatie over de geschiedenis van HMS ELFIN, een heel erg groot bedank gaat
naar Dennis Feary, die bijna alles met betrekking tot HMS ELFIN wist te vinden
tot en met de correspondentie van Samuel White en de Admiraliteit aan toe! Alle
informatie van voor 1957 is verzameld door hen.